Gas: ‘gewoon’ uit de grond
Aardgas uit de grond halen: dat klinkt gemakkelijker dan het is. Want aardgas zit
niet overal in de bodem. En als het er wel zit, dan is het soms maar een heel klein
beetje. Als je naar aardgas wilt boren, moet je dus eerst weten waar het zit. Daarom
heeft de NAM mensen in dienst die heel veel weten van de aardbodem. Zij kunnen onder
andere kaarten maken van de ondergrond. Geologen bijvoorbeeld, die alles weten over
verschillende bodemsoorten en gesteente. Maar ook seismologen. Dat zijn mensen die
met apparaten uitzoeken welke aardlagen en soorten gesteente er precies onder de bodem
zitten. En waar die zitten.
Trillende grond
Seismologen gebruiken apparaten waarmee ze de bodem laten trillen. De trillingen
weerkaatsen op de verschillende lagen in de bodem. Computers houden bij hoe en wanneer
de trillingen terugkomen. Op de computers kunnen de seismologen zien wat voor lagen er
in de bodem zitten. En hoe diep. Ze weten dan hoe de aardbodem eruit ziet. Daar maken
ze een kaart van. Op die kaart kunnen de geologen zien hoe groot de kans is dat er
aardgas in de bodem zit. Zo weet je waar je het beste kunt gaan boren.
Proefboring
Om zeker te weten of er aardgas in de bodem zit, neemt de NAM een kijkje. Ze doet dat met een proefboring. Dat gaat zo:
- De NAM legt een locatie aan waar straks al het werk wordt gedaan. Dit lijkt op een voetbalveldje van beton
- Eerst komt er een boortoren op de plek waar de geologen denken dat het aardgas zit.
- De boortoren duwt lange boorbuizen de grond in. Aan het einde van zo’n boorbuis zit een grote, draaiende beitel: de boorkop. Die boort een gat in de bodem, vaak kilometers diep.
- De boortoren pompt vloeistof door de boorbuizen. Die spoelt al het losgeboorde gruis weg.
- Als de beitel bij de laag aangekomen is waar misschien aardgas zit, zet het boorpersoneel op het boorgat, boven aan de buis, een soort kraan. Met die kraan kunnen ze de toevoer van het gas regelen.
|
Voor een proefboring op zee zet je geen boortoren, maar een boorplatform neer.
Dat is een soort eiland op stalen poten. Vanaf dit eiland boor je naar aardgas onder
de zeebodem. Dit gaat ongeveer hetzelfde als een proefboring op het vaste land. |
Wel of niet genoeg aardgas?
Na de proefboring weet je direct of er op die plek aardgas zit. Het komt er dan namelijk
vanzelf een beetje uit als je de kraan van de boorbuis open draait. Maar is de hoeveelheid
aardgas ook de moeite waard om uit de grond te halen? Om daarachter te komen, doet de
NAM verschillende proeven. Ze kijkt bijvoorbeeld naar hoe snel het aardgas stroomt, en wat
de temperatuur en druk is. Al die gegevens samen bepalen of het zin heeft om het aardgas echt
te gaan produceren op die plek. Als er te weinig zit, verdient de NAM namelijk nooit het
geld terug dat voor het bouwen van een aardgasinstallatie nodig is. De test wordt nog een
keer herhaald. Om zeker te zijn dat alle gegevens kloppen. Meestal duurt het testen twee
tot drie weken.
Weg met die boortoren!
Dan wordt de boortoren afgebroken. Als er niet genoeg aardgas in de grond zit, maakt de
NAM het boorgat veilig dicht. Maar als er genoeg aardgas in de grond zit, zet de NAM een
afsluiter op het boorgat. Dat is een soort kraan. Meestal komen er ook apparaten te staan
om het aardgas klaar te maken voor gebruik. De druk en de temperatuur van het aardgas worden
verlaagd. Ook maakt de NAM het aardgas ‘schoon’. Er zit namelijk nog vaak water in, en andere
stoffen zoals zand. Daarna komt het in het gasnetwerk terecht. En kun je het gebruiken.
Aardgas onder de zee
Onder de zeebodem zit ook aardgas. Om daar bij te kunnen, staan productieplatforms in zee.
Dat zijn ‘eilanden’ die met hoge poten op de zeebodem staan. Ze lijken op de boorplatforms,
waarmee de proefboring wordt gedaan. Op een productieplatform haalt een aardgasinstallatie het
aardgas uit de zeebodem. Dat gebeurt bijna hetzelfde als op het vasteland.
Op de grote productieplatforms werkt een hele bemanning. Maar op kleinere platforms zijn er
helemaal geen mensen. Die platforms worden door computers bestuurd, vanaf het vasteland. Alleen
voor onderhoud komen werknemers naar zulke platforms.
Schuin boren
Er kan ook aardgas onder een grote stad zitten. Of onder een natuurgebied bijvoorbeeld. Je
kunt natuurlijk niet midden in een stad gaan boren! En een natuurgebied? Dat laat je
het liefst met rust. Schuin boren is dan vaak de oplossing. De NAM zet de boortoren
dan op een plek waar mensen, milieu of natuur er minder last van hebben. Van daaruit boort het
bedrijf schuin de grond in. Tot aan de plek waar men denkt dat er aardgas zit.
Terug naar boven
Een proefboring doe je niet zomaar ‘even’. In het begin legt de boorkop nog zestig
meter per uur af. Hoe dieper de boor komt, hoe moeilijker het gaat. De grond wordt daar
steeds harder, en dus moeilijker om te doorboren. Op het eind gaat de boorkop soms nog
maar twintig centimeter per uur. Een proefboring duurt zes tot acht weken!
